Arch02751.pngEen roltrap invoegen

Gereedschap

Gereedschappenset

Roltrap

Architectuur

Het gereedschap Roltrap biedt via de Hulpbronnenkiezer toegang tot een reeks standaard roltrappen, maar stelt u ook in staat om roltrappen op maat te creëren. Bovendien kunt u het gereedschap gebruiken om uw eigen roltrapstijlen te creëren (zie Concept: Objectstijlen voor parametrische objecten).

Om een roltrap in te voegen:

Activeer het gereedschap.

Volg een van onderstaande werkwijzen:

Klik in de Methodebalk op het veld naast Actieve symbool om een hulpbron via de Hulpbronnenkiezer te selecteren.

Klik op de knop Instellingen om het instellingenvenster te openen en de standaardinstellingen voor het gereedschap aan te passen.

Nadien kunt u de parameters wijzigen via het Infopalet.

Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.

Veld

Omschrijving

Stijl

Vervang, bewerk of ontkoppel de huidige stijl, of creëer een nieuwe objectstijl vanaf een parametrisch object zonder stijl.

Door een objectstijl te wijzigen zullen alle objecten in het bestand die deze stijl gebruiken, aangepast worden.

Verberg parameters volgens stijl

Vink deze optie aan om alle parameters die van een stijl afhangen, te verbergen; deze parameters kunt u niet bewerken in het Instellingenvenster of het Infopalet.

Hoogte

 

Hoogte

Geef de gewenste hoogte in van de roltrap. Indien u de hoogte manueel ingeeft, wordt de Begrenzing bovenaan automatisch ingesteld volgens ‘Peil v.d. laag’ en wordt de parameter Extra afstand bovenaan dienovereenkomstig gewijzigd.

Indien de bovenste begrenzing van de roltrap bepaald wordt door de muurhoogte van de ontwerplaag of door een bouwlaag, wordt de hoogte van de roltrap automatisch weergegeven.

Begrenzing bovenaan

Selecteer de verticale referentie die de eindhoogte van de roltrap bepaalt.

De Muurhoogte bepaalt u via de eigenschappen van de ontwerplaag (zie Eigenschappen van ontwerplagen bewerken).

Ook de onderdelen van de bouwlaag waarop de roltrap zich bevindt of de bouwlaag erboven kunnen dienst doen als bovenbegrenzing. Als u de bovenste begrenzing van de roltrap gelijkschakelt met een onderdeel van de bouwlaag en u de hoogte van de bijbehorende bouwlaag wijzigt, zal de hoogte van de roltrap automatisch worden aangepast.

Extra afstand bovenaan

Geef de extra hoogte op die u aan de bovenzijde van de roltrap wenst toe te voegen of ervan wenst af te trekken.

Begrenzing onderaan

Selecteer de verticale referentie die de beginhoogte van de roltrap regelt. Ook de onderdelen van de bouwlaag waarop de roltrap zich bevindt of de bouwlaag eronder kunnen dienst doen als onderste begrenzing. Als u de onderste begrenzing van de roltrap gelijkschakelt met een onderdeel van de bouwlaag en u de hoogte van de bijbehorende bouwlaag wijzigt, zal de hoogte van de roltrap automatisch worden aangepast.

Extra afstand onderaan

Geef de extra hoogte op die u aan de onderzijde van de roltrap wenst toe te voegen of ervan wenst af te trekken.

Type

Selecteer een roltraptype.

Hellingshoek

Geef de hellingshoek op voor de roltrap.

Bovenste vloerdikte

Geef de bovenste vloerdikte op.

Breedte treden

Selecteer een breedte voor de roltraptreden.

Hor. aanloop

Selecteer het aantal treden dat als aanloop moet worden voorzien.

Type leuning

Selecteer het leuningtype.

Afbreeklijn

Selecteer de te gebruiken afbreeklijn.

Teken in 3D

Vink deze optie aan om de roltrap ook in 3D weer te geven.

Toon smeerput

Vink deze optie aan om de smeerput in het 2D/Planaanzicht weer te geven.

Toon vrije hoogte

Vink deze optie aan om de vrije hoogte in het 2D/Planaanzicht weer te geven als stippellijn.

Negeer maximumoverspanning

Vink deze optie aan om de maximumoverspanning te negeren.

Negeer maximumhoogte

Vink deze optie aan om de maximumhoogte te negeren.

Klik op een plaats in de tekening om de locatie van het object te bepalen. Klik nogmaals om de rotatie te bepalen.

Creëer eventueel een objectstijl op basis van het object (zie Standaard objectstijlen zonder catalogusopties).