Opmerkingen invoegen en bewerken
Tekstballonnen of verwijzingen invoegen
Gereedschap |
Gereedschappenset |
Sneltoets |
Tekstballon |
Basisgereedschappen |
Alt+1 (Windows) Option+1 (Mac) |
Met behulp van het gereedschap Tekstballon kunt u tekstballonnen in uw tekening plaatsen. Dit zijn tekstblokken die vasthangen aan een of meer aanduidingslijnen en eventueel omgeven zijn door een kader.
In de Vectorworks-uitbreidingsmodules biedt het gereedschap Tekstballon extra mogelijkheden: u kunt een tekstballon als een verwijzing plaatsen en standaardteksten voor de tekstballon uit een extern gegevensbestand ophalen. Zo hoeft u de tekst niet telkens opnieuw te typen. Vectorworks creëert dan automatisch een legenda.
Methode |
Omschrijving |
Pijlpunt op positie laatste punt |
Selecteer deze methode om eerst de positie van de tekstballon te bepalen en daarna de aanduidingslijnen te plaatsen. |
Pijlpunt op positie eerste punt |
Selecteer deze methode om eerst de aanduidingslijn te plaatsen en daarna de positie van de tekstballon te bepalen. |
D.m.v. twee punten |
Selecteer deze methode om de lengte en richting van de aanduidingslijn aan de hand van één of meer punten te bepalen (u kunt niet meer punten zetten dan opgegeven bij Maximum aantal punten). Dubbelklik wanneer u de aanduidingslijn wilt voltooien vóór u het maximum aantal punten bereikt hebt. De lengte van de schouder kunt u bepalen bij de Instellingen of in het Infopalet. |
D.m.v. drie punten |
Selecteer deze methode om de lengte en richting van de aanduidingslijn aan de hand van een of meer punten te bepalen. (U kunt niet meer punten zetten dan opgegeven bij Maximum aantal punten.) Vervolgens bepaalt u de lengte van de schouder door middel van één extra muisklik. |
Maximum aantal punten |
Het getal dat u hier ingeeft bepaalt hoeveel punten u maximum kunt zetten om de aanduidingslijn van deze tekstballon te tekenen. Als de tekstballon meerdere aanduidingslijnen heeft, kunt u voor elke lijn een ander aantal punten gebruiken. Dubbelklik wanneer u de aanduidingslijn wilt voltooien vóór u het maximum aantal punten bereikt hebt. |
Instellingen |
Klik op deze knop om dialoogvenster ‘Tekstballon’ te openen. |
Om een tekstballon of (in een Vectorworks-uitbreidingsmodule) verwijzing te creëren:
Activeer het gereedschap.
Klik op de knop Instellingen om het dialoogvenster ‘Tekstballon’ te openen en de standaardinstellingen voor het gereedschap aan te passen. Nadien kunt u de parameters wijzigen via het Infopalet en bijkomende wijzigingen maken zoals beschreven in Een tekstballon bewerken.
Klik hier om de velden te tonen/te verbergenKlik hier om de velden te tonen/te verbergen
Veld |
Omschrijving |
Tekst |
|
Tekst uit gegevensbestand (Vectorworks-uitbreidingsmodule vereist) |
Als u beschikt over een Vectorworks-uitbreidingsmodule kunt u de tekst voor de Tekstballon uit een gegevensbestand ophalen. In dit dialoogvenster kunt u het te gebruiken gegevensbestand selecteren. Het ophalen van tekst uit het gegevensbestand doet u in het dialoogvenster ‘Tekstballon’ na het plaatsen van de tekstballon. |
(Knop gegevensbestand) |
Hier ziet u de naam van het huidige gegevensbestand. Klik op deze knop indien u een ander gegevensbestand wilt gebruiken. U vindt een voorbeeld-gegevensbestand in de Vectorworks programmamap op de volgende locatie: [Vectorworks]\Bibliotheek\Standaarden\Nota’s\Tekstballonnen.txt |
Plaats als verwijzing (Vectorworks-uitbreidingsmodule vereist) |
Vink deze optie aan om een verwijzing te creëren met een legenda. |
Legenda |
Legenda’s behoren tot een specifieke laag; per laag wordt één legenda gecreëerd, maar u kunt een verwijzing linken aan een legenda op eender welke laag. Selecteer de legenda waaraan u de verwijzing wilt linken. De Standaard legenda is de legenda die zich op de actieve laag bevindt. |
Voorvoegsel / Achtervoegsel |
Geef eventueel een tekst op die vóór of na de verwijzing wordt toegevoegd. |
Hoek |
Geef de hoek op waaronder u de tekst wenst te roteren in de tekening; sommige hoeken zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van de instelling voor Horizontale plaatsing. |
Maximumbreedte |
Geef de maximale tekstbreedte op. Eens de tekst deze breedte overschrijdt, zal de tekst teruglopen. Als de tekst korter is dan de maximale breedte, dan zal de grootte van de tekstballon zich hieraan automatisch aanpassen. Geroteerde tekst heeft geen invloed op de maximum breedte. |
Verticale plaatsing |
Bepaal de verticale positie van de tekst ten opzichte van de schouder. Selecteer Auto om de bovenste tekstregel uit te lijnen met de schouder als de aanduidingslijn aan de rechterkant ligt of om de onderste tekstregel uit te lijnen met de schouder als de aanduidingslijn aan de linkerkant ligt. |
Horizontale plaatsing |
Bepaal de horizontale positie van de tekst ten opzichte van de schouder. Selecteer Auto om de tekst rechts van de schouder te positioneren als de aanduidingslijn aan de linkerkant ligt of links van de schouder als de aanduidingslijn aan de rechterkant ligt. |
Type horizontale uitlijning |
Selecteer hoe u de tekstballon wenst uit te lijnen. Selecteer de optie Auto om de tekst uit te lijnen langs dezelfde kant als de aanduidingslijn. Of: ga naar het menu Tekst > Uitlijning of Tekst > Opmaak tekst en kies hier de gewenste uitlijning. |
Opmaak tekst |
Via deze knop kunt u een tekststijl toepassen op de tekstballon. |
Tekstballon |
|
Type |
Selecteer het type tekstballon. In een Cirkel met dwarsstreep kunt u de tekst zowel boven als onder de streep laten verschijnen: druk op de enter-toets om de volgende regel onder de streep te plaatsen. |
Straal hoeken |
Geef de straal voor de hoeken van een afgeronde rechthoek op. |
Marge rond tekst |
Geef de vrije ruimte rond de tekst op (marge tussen de tekst en de tekstballon). |
Automatische breedte tekstballon |
Vink deze optie aan om de breedte van de tekstballon aan te passen aan de lengte van de tekst. Vink de optie uit om een vaste breedte op te geven voor alle tekstballonnen. |
Max. breedte tekstballon |
Als de optie Automatische breedte tekstballon niet is aangevinkt, dient u hier de breedte voor alle tekstballonnen op te geven (in eenheden op papier). |
Schaduw tekstballon |
Vink deze optie aan als u de tekstballon met een slagschaduw wenst te tekenen. Deze optie is niet beschikbaar voor tekstballonnen van het type Geen, Haak, ISO of Verticale streep. |
Schaduwinstellingen |
Als de optie Schaduw is aangevinkt, kunt u via deze knop de rand en de vulling van de schaduw instellen (zie Schaduw rond een tekstballon creëren). |
Aanduidingslijn |
|
Maximum aantal punten (enkel in het Instellingenvenster; deze parameter kan nadien niet worden aangepast in het Infopalet) |
Het getal dat u hier ingeeft bepaalt hoeveel punten u maximum kunt zetten om de aanduidingslijn van deze tekstballon te tekenen. Als de tekstballon meerdere aanduidingslijnen heeft, kunt u voor elke lijn een ander aantal punten gebruiken. Dubbelklik wanneer u de aanduidingslijn wilt voltooien vóór u het maximum aantal punten bereikt hebt. Deze parameter kunt u ook instellen of wijzigen vanuit de Methodebalk. |
Lengte schouder |
Bepaal de lengte van de schouder (het horizontale gedeelte van de aanduidingslijn); dit kan zowel door een controlepunt te verplaatsen als door een waarde in te geven in het Infopalet. Met de methode D.m.v. drie punten bepaalt u de lengte bij de derde muisklik. |
Type aanduidingslijn |
Selecteer een van de volgende opties: Lijn, Boog, Bézier, of Geen. Bézier aanduidingslijnen hebben extra controlepunten om de curven te vervormen. |
Straal aanduidingslijn |
Geef de straal van de aanduidingslijn op als u het type Boog koos. |
Type pijlpunt |
Vink deze optie aan om een pijlpunt te gebruiken. U kunt een bestaande pijlpunt selecteren, een pijlpunt op maat creëren via de optie Op maat of een bestaande pijlpunt bewerken via de optie Bewerk pijlpunten (zie De lijst met pijlpunten bewerken). |
Verleng schouderlijn |
Vink deze optie aan om de schouderlijn niet te laten stoppen aan de rand van de tekstballon, maar deze te verlengen tot aan het einde van de tekst. Deze optie heeft geen effect als andere instellingen de weergave van de schouder anders bepalen (vb. als u voor Verticale plaatsing de optie ‘Boven schouder’ koos of voor Type aanduidingslijn de optie ‘Geen’). |
Andere instellingen |
|
Toepassen op nieuwe tekstballon in: |
Kies hier of u de opgegeven instellingen enkel wilt gebruiken voor nieuwe tekstballonnen in het actieve document of ook voor nieuwe tekstballonnen in alle toekomstige documenten. |
Duid aan volgens welke methode u de tekstballon of verwijzing wilt invoegen. Klik vervolgens om het invoegpunt vast te leggen.
Afhankelijk van de gekozen methode creëert u eerst de aanduidingslijn of eerst de positie van de tekstballon.
Klik nogmaals om de controlepunten te plaatsen die de vorm van de aanduidingslijn bepalen. U kunt blijven klikken tot u het Maximum aantal punten bereikt hebt of tot u dubbelklikt om de aanduidingslijn te voltooien vóór u het maximum aantal punten bereikt hebt. De laatste muisklik bepaalt het einde van de aanduidingslijn of het einde van de schouder, afhankelijk van de gebruikte methode.
Als u de methode D.m.v. drie punten koos, kunt u de lengte van de schouder bepalen door een extra keer in de tekening te klikken (na het voltooien van de aanduidingslijn).
Na de laatste klik wordt het dialoogvenster ‘Beheer: Tekstballon’ geopend.
Zie hieronder voor meer informatie over het opgeven van de tekst. Klik op OK.
De tekstballon of verwijzing wordt in de tekening geplaatst. In het geval van een verwijzing creëert Vectorworks automatisch ook een legenda.
Om aanduidingslijnen toe te voegen en om de kenmerken van de verschillende onderdelen van de tekstballon in te stellen, gebruikt u het Infopalet zoals beschreven in Een tekstballon bewerken.
Het dialoogvenster ‘Beheer: Tekstballon’
In het dialoogvenster ‘Beheer: Tekstballon’ dient u te bepalen welke tekst u voor de tekstballon of de verwijzing wilt gebruiken. U kunt de tekst handmatig invoeren of de tekst uit een gegevensbestand ophalen (een Vectorworks-uitbreidingsmodule is vereist voor het plaatsen van verwijzingen en gebruiken van tekst uit een gegevensbestand).
Dit dialoogvenster kan ook ‘Bewerk tekstballon’ of ‘Opmerking’ heten afhankelijk van hoe u het dialoogvenster opent. De parameters die u hier vindt zijn dezelfde als voor het bewerken van een bestaande aantekening.
Om de tekst voor de tekstballon op te geven of te bewerken:
Volg een van onderstaande werkwijzen:
Plaats een tekstballon in de tekening zoals hierboven beschreven.
Klik op de knop Bewerk tekst in het Infopalet van een geselecteerde tekstballon.
Het dialoogvenster ‘Bewerk tekstballon’ wordt geopend.
Klik hier om de velden te tonen/te verbergenKlik hier om de velden te tonen/te verbergen
Veld |
Omschrijving |
Gegevensbestand (Vectorworks-uitbreidingsmodule vereist) |
Klik op deze knop om het huidige gegevensbestand weer te geven. Indien nodig kunt u een van de andere beschikbare gegevensbestanden selecteren. |
Pad naar gegevensbestand instellen |
Klik op deze knop om het pad naar het gegevensbestand in te stellen. U kunt kiezen voor een absoluut pad of een relatief pad (ten opzichte van het huidige document). Gebruik een absoluut pad als de locatie van de geabonneerde bestanden niet zal wijzigen (ten opzichte van het actieve document). Gebruik een relatief pad als de bestanden mogelijk nog zullen worden verplaatst naar een andere computer of een ander platform. Zolang het relatieve pad tussen de bestanden niet wijzigt, blijven de geabonneerde bestanden vindbaar. Een relatief pad kunt u alleen selecteren als alle bestanden zich op hetzelfde volume bevinden of dezelfde server bevinden. |
Naam gegevensbestand |
Dit is de naam van het huidige gegevensbestand. |
Filter |
Selecteer een filter zodat enkel de items die overeenkomen met de filtercriteria, worden weergegeven. Of: selecteer de optie ‘Voeg filter toe’ of ‘Bewerk lijst met filters’ (zie Het gegevensbestand filteren). |
Categorie in gegevensbestand |
Kies uit welke categorie van het gegevensbestand u tekst wilt selecteren. |
Omschrijving uit gegevensbestand |
De lijst hieronder toont een korte omschrijving van alle tekst uit de gekozen categorie die voldoet aan de filtercriteria. Selecteer de tekst die u wilt gebruiken. Voer tekst in om te filteren op de naam van bewaarde tekenzones. |
Tekst |
Geef de tekst op die u in de tekstballon wilt weergeven. Als u een tekst uit een gegevensbestand selecteerde, wordt hier de volledige tekst getoond. |
Tekst naar gegevensbestand (Vectorworks-uitbreidingsmodule vereist) |
Klik op deze knop om het dialoogvenster ‘Tekst naar gegevensbestand’ te openen en de tekst aan een gegevensbestand toe te voegen (zie Tekst uit een tekstballon of algemene opmerking aan een gegevensbestand toevoegen). |
Beheer inhoud (Vectorworks-uitbreidingsmodule vereist) |
Klik op deze knop om het dialoogvenster ‘Beheer’ te openen. Hier kunt u de inhoud en structuur van het gegevensbestand beheren (zie Tekst uit een gegevensbestand beheren). |