Selectie- en voorselectie-indicatoren

Door met de aanwijzer over objecten heen te bewegen en door deze te selecteren, krijgt u d.m.v. oplichten en controlepunten meer informatie over de huidige status van de objecten. U kunt de instellingen van deze indicatoren naar wens aanpassen in de Vectorworks instellingen. Zie Voorkeuren Vectorworks: Categorie Selectie voor meer informatie hierover.

Oplichten

Wanneer een object in de tekening oplicht kan dat betekenen dat het object

●       geselecteerd is;

●       “voorgeselecteerd” is, omdat de aanwijzer (of het selectiekader) zich boven het object bevindt;

●       vergrendeld is;

●       zich op een niet-actieve laag bevindt;

●       gerelateerd is aan één van de weergegeven ‘grijppunten’;

●       bewerkt kan worden met het geselecteerde gereedschap.

Onderstaande instellingen m.b.t. oplichten kunt u aanpassen in het dialoogvenster ‘Voorkeuren Vectorworks’:

●       Verschillende types van oplichten individueel in- en uitschakelen

●       animatie bij het oplichten van objecten in- en uitschakelen

●       De vertraging waarmee een voorgeselecteerd object oplicht aanpassen

●       Kleur, dekking en grootte aanpassen voor elk type van oplichten

Standaard zijn alle opties m.b.t. oplichten ingeschakeld. De afbeelding hieronder laat zien hoe geselecteerde objecten oplichten.

hilight_samples.png 

In een gerenderd 3D-aanzicht zullen volumes achterliggende objecten verbergen. Deze achterliggende (delen van) objecten zullen standaard oplichten met een lagere dekking dan objecten die niet verborgen zijn achter andere objecten.

Occluded_highlighting.png 

Controlepunten

Naast het oplichten kunnen er ook vierkante controlepunten verschijnen op geselecteerde objecten. De weergave van de controlepunten kunt u instellen via de knop Instellingen grafische onderdelen in de categorie Selectie van het dialoogvenster ‘Voorkeuren Vectorworks’. Ook de kleur van de controlepunten kunt u hier aanpassen.

Weergave indien de functie voor het oplichten ingeschakeld is (de standaardinstelling):

●       Controlepunten verschijnen op het geselecteerde object als dit object bewerkt kan worden met het actieve gereedschap.

●       Onvergrendelde objecten op de actieve laag hebben blauwe controlepunten.

●       Onvergrendelde objecten op een niet-actieve laag hebben witte controlepunten.

●       Vergrendelde objecten hebben geen controlepunten (omdat deze niet bewerkt kunnen worden).

●       Controlepunten kunnen ook gebruikt worden om het object te vervormen.

Weergave indien de functie voor het oplichten uitgeschakeld is:

●       Controlepunten verschijnen op alle geselecteerde objecten.

●       Onvergrendelde objecten op de actieve laag hebben blauwe controlepunten.

●       Vergrendelde objecten op de actieve laag hebben grijze controlepunten.

●       Objecten op een niet-actieve laag hebben witte controlepunten.

●       Afhankelijk van het object en het actieve gereedschap, kunnen sommige controlepunten gebruikt worden om het object te vervormen.

Basic100052.png 

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Instellingen grafische onderdelen

Objecten selecteren